Groep 3-4

Datum
Inhoud
30-01-2019
Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 7
Beste ouders,

Alle letters zijn geleerd! Om dit te vieren hebben we vorige week een letterfeest gehouden. Wat was het een gezellig feestje. Vanaf kern 7 ligt het accent op verschillende woordtypen. Ook nemen we, voorlopig, afscheid van opa, Kim en Sim. Voor de kernen 7 tot en met 11 zijn de ankerverhalen per kern geschreven door verschillende schrijvers. Na het ankerverhaal lezen de kinderen in hun eigen boekje een vervolg hierop. In deze brief leest u meer over het thema en de woordtypen van kern 7.

Thema kern 7: Spannend!
Het verhaal bij deze kern heet ‘Op safari’. In dit verhaal vertelt papa een spannend verhaal aan de tweeling Diederik en Pieter. Het verhaal gaat over een uitje naar een safaripark dat bijna verkeerd was afgelopen! In het leesboekje dat de leerlingen van de maan-aanpak vervolgens lezen, is er een dief in de dierenwinkel van de oom van Diederik en Pieter. In het leesboekje dat de leerlingen van de zon-aanpak lezen, zorgt een slang voor spannende momenten.

Woorden en uitdrukkingen waaraan we aandacht besteden, zijn onder andere: de angst, het avontuur, dapper, ik schrik me een hoedje, kippenvel krijgen en verstijfd van schrik.

Woordtypen in kern 7: lezen en spellen
We oefenen nog regelmatig met woorden van één lettergreep die bestaan uit een medeklinker, een klinker en weer een medeklinker, zoals ‘pauw’, en woorden met alleen een medeklinker aan het begin of aan het eind, zoals ‘kou’ en ‘eik’.

De nieuwe woordtypen in kern 7 zijn:
  • eenvoudige samengestelde woorden, zoals zakdoek;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch-, zoals schoen;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals ring;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een hoofdletter, zoals Pien.

    De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
  • woorden van één lettergreep die eindigen op vier medeklinkers, zoals kortst en herfst;
  • woorden van twee lettergrepen met een open lettergreep, zoals bomen;
  • woorden van twee lettergrepen met een begincluster én een open lettergreep, zoals knopen;
  • woorden van twee lettergrepen met aai, ooi, oei op een andere positie dan aan het eind, zoals haaien en roeiboot;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een hoofdletter, zoals Pien.
Uw kind hoeft nog niet alles wat het kan lezen ook goed te spellen. Vanaf kern 7 gaat spelling niet meer gelijk op met lezen. We oefenen wel al met de spelling van de nieuwe woordtypen. Om dit te oefenen kunt u thuis ook al woorden door uw kind laten schrijven.
In januari en februari nemen we de Citotoetsen af. Daarbij horen ook toetsen voor woorden lezen, tekst lezen, spelling en woordenschat.
 
Top


07-01-2019
Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 6
De kerstvakantie is weer voorbij! We beginnen met de kern waarin de laatste letters worden geleerd. Alle reden voor een feestje! Aan het eind van de kern vieren we dan ook een letterfeest en reiken we letterdiploma’s uit.

Thema kern 6: Verhalen in je buik
Het verhaal bij deze kern, ‘De alfapet’, gaat over een droom van de opa van kim. Een droom waarin letters woorden worden en zelfs hele verhalen! De kinderen gaan ook zelf verhalen verzinnen en vertellen. Ze leren de betekenis van woorden en uitdrukkingen als: ‘je iets voorstellen’, ‘ongelooflijk’, ‘het thema’ en de ‘werkelijkheid’.

Letters en woorden lezen in kern 6
De letters g, au, ui, f en ei worden geleerd. Dit zijn de laatste letters die dit schooljaar aan bod komen. De letters ‘ui’ en ‘ei’ worden nog wel eens verkeerd geschreven. We leren de kinderen daarvoor geheugensteuntjes aan: bij de ‘ui’ komt eerst de ui (de kinderen maken met hun linkerhand de vorm van een ui die lijkt op de vorm van de letter ‘u’) en daarnaast ligt het mesje (de kinderen strekken hun rechterhand en draaien de handpalm naar links; zo ontstaat de ‘i’). Bij de ‘ei’ krijg je eerst het ei (de ‘e’) en dan het lepeltje (de ‘i’).

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
  • tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ en ‘el’, zoals: bloemen, vlinder, sleutel;
  • tweelettergrepige woorden met in het midden ‘ng’, ‘nk’ of ‘ch’, zoals: jongen, planken, lachen;
  • tweelettergrepige woorden die beginnen met ‘be’, ‘ge’ of ‘ver, zoals: betaal, gezien, verkeer;
  • eenlettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: leeuw, nieuw;
  • tweelettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: sneeuwman, kieuwen.

Toetsen na kern 6
Als alle letters zijn aangeboden, vindt een belangrijk toetsmoment plaats. Naast de letterkennis en het woordlezen bekijken we hoe het gaat met het lezen van een tekstje, en we nemen een letter- en een woorddictee af. Met de kinderen die nog niet alle letters kennen, gaan we extra oefenen.
 
Top


10-12-2018
Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 5
We zijn alweer bij kern 5 van Veilig leren lezen aanbeland! Tot en met kern 4 hebben de kinderen al 24 letters geleerd. Nog maar 10 letters te gaan! En de kinderen die met zon-materialen werken, leren woorden lezen waarin steeds meer ‘moeilijkheden’ worden gecombineerd!

Thema kern 5: Mag dat wel?
De hoofdrol in het verhaal van deze kern, ‘Dan ken jij Krisje Kolen niet!’, is voor Krisje Kolen. Krisje Kolen houdt ervan als alles keurig netjes is; er staat zelfs geen grassprietje verkeerd op zijn gazon. Dat probeert hij ook zo te houden met allerlei borden waarop staat wat allemaal niet mag rond zijn huis. Dit verhaal is een aanleiding om te praten over regels. Wat mag wel, wat mag niet, wat gebeurt er als je je niet aan de regels houdt? Woorden als ‘de boef’, ‘de boete’, ‘de regel’ en ‘het uniform’ komen hierbij aan bod.

Letters en woorden lezen in kern 5
De nieuwe letters in kern 5 zijn: eu, ie, l, ou en uu. Voor sommige kinderen zijn de ‘eu’, ‘ie’ en ‘ou’ best lastig. We besteden daarom veel aandacht aan die letters en herhalen ze iedere dag.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw’, zoals: duw, duwt;
 tweelettergrepige woorden, zoals: strandbal, braadworst;
 tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: schroefje, strikje;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘aai’, ‘ooi’ of ‘oei’, zoals: haai, kooi, roei;
 tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘e’, zoals: korte, aarde;
 tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ of ‘el’, zoals: honden, tijger, mantel;
 tweelettergrepige woorden met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken, bakker.
 
Top