syndeo_data/media/Slogan_de_Roedel.jpg De Roedel | Openbare basisschool de Roedel te Harskamp - gemeente Ede  
 
over de school kalender groepen foto album links  
 
 Groep 1-2syndeo_data/media/logo__s/3.gif
 Groep 3-4syndeo_data/media/logo__s/3.gif
 Groep 5-6syndeo_data/media/logo__s/3.gif
 Groep 7-8syndeo_data/media/logo__s/3.gif
 Alle groepensyndeo_data/media/logo__s/3.gif
 
 

Groep 3-4

Datum
Inhoud
Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 7
Beste ouders,

Alle letters zijn geleerd! Om dit te vieren hebben we vorige week een letterfeest gehouden. Wat was het een gezellig feestje. Vanaf kern 7 ligt het accent op verschillende woordtypen. Ook nemen we, voorlopig, afscheid van opa, Kim en Sim. Voor de kernen 7 tot en met 11 zijn de ankerverhalen per kern geschreven door verschillende schrijvers. Na het ankerverhaal lezen de kinderen in hun eigen boekje een vervolg hierop. In deze brief leest u meer over het thema en de woordtypen van kern 7.

Thema kern 7: Spannend!
Het verhaal bij deze kern heet ‘Op safari’. In dit verhaal vertelt papa een spannend verhaal aan de tweeling Diederik en Pieter. Het verhaal gaat over een uitje naar een safaripark dat bijna verkeerd was afgelopen! In het leesboekje dat de leerlingen van de maan-aanpak vervolgens lezen, is er een dief in de dierenwinkel van de oom van Diederik en Pieter. In het leesboekje dat de leerlingen van de zon-aanpak lezen, zorgt een slang voor spannende momenten.

Woorden en uitdrukkingen waaraan we aandacht besteden, zijn onder andere: de angst, het avontuur, dapper, ik schrik me een hoedje, kippenvel krijgen en verstijfd van schrik.

Woordtypen in kern 7: lezen en spellen
We oefenen nog regelmatig met woorden van één lettergreep die bestaan uit een medeklinker, een klinker en weer een medeklinker, zoals ‘pauw’, en woorden met alleen een medeklinker aan het begin of aan het eind, zoals ‘kou’ en ‘eik’.

De nieuwe woordtypen in kern 7 zijn:
  • eenvoudige samengestelde woorden, zoals zakdoek;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch-, zoals schoen;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals ring;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een hoofdletter, zoals Pien.

    De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
  • woorden van één lettergreep die eindigen op vier medeklinkers, zoals kortst en herfst;
  • woorden van twee lettergrepen met een open lettergreep, zoals bomen;
  • woorden van twee lettergrepen met een begincluster én een open lettergreep, zoals knopen;
  • woorden van twee lettergrepen met aai, ooi, oei op een andere positie dan aan het eind, zoals haaien en roeiboot;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een hoofdletter, zoals Pien.
Uw kind hoeft nog niet alles wat het kan lezen ook goed te spellen. Vanaf kern 7 gaat spelling niet meer gelijk op met lezen. We oefenen wel al met de spelling van de nieuwe woordtypen. Om dit te oefenen kunt u thuis ook al woorden door uw kind laten schrijven.
In januari en februari nemen we de Citotoetsen af. Daarbij horen ook toetsen voor woorden lezen, tekst lezen, spelling en woordenschat.
 


Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 6
De kerstvakantie is weer voorbij! We beginnen met de kern waarin de laatste letters worden geleerd. Alle reden voor een feestje! Aan het eind van de kern vieren we dan ook een letterfeest en reiken we letterdiploma’s uit.

Thema kern 6: Verhalen in je buik
Het verhaal bij deze kern, ‘De alfapet’, gaat over een droom van de opa van kim. Een droom waarin letters woorden worden en zelfs hele verhalen! De kinderen gaan ook zelf verhalen verzinnen en vertellen. Ze leren de betekenis van woorden en uitdrukkingen als: ‘je iets voorstellen’, ‘ongelooflijk’, ‘het thema’ en de ‘werkelijkheid’.

Letters en woorden lezen in kern 6
De letters g, au, ui, f en ei worden geleerd. Dit zijn de laatste letters die dit schooljaar aan bod komen. De letters ‘ui’ en ‘ei’ worden nog wel eens verkeerd geschreven. We leren de kinderen daarvoor geheugensteuntjes aan: bij de ‘ui’ komt eerst de ui (de kinderen maken met hun linkerhand de vorm van een ui die lijkt op de vorm van de letter ‘u’) en daarnaast ligt het mesje (de kinderen strekken hun rechterhand en draaien de handpalm naar links; zo ontstaat de ‘i’). Bij de ‘ei’ krijg je eerst het ei (de ‘e’) en dan het lepeltje (de ‘i’).

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
  • tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ en ‘el’, zoals: bloemen, vlinder, sleutel;
  • tweelettergrepige woorden met in het midden ‘ng’, ‘nk’ of ‘ch’, zoals: jongen, planken, lachen;
  • tweelettergrepige woorden die beginnen met ‘be’, ‘ge’ of ‘ver, zoals: betaal, gezien, verkeer;
  • eenlettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: leeuw, nieuw;
  • tweelettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: sneeuwman, kieuwen.

Toetsen na kern 6
Als alle letters zijn aangeboden, vindt een belangrijk toetsmoment plaats. Naast de letterkennis en het woordlezen bekijken we hoe het gaat met het lezen van een tekstje, en we nemen een letter- en een woorddictee af. Met de kinderen die nog niet alle letters kennen, gaan we extra oefenen.
 


Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 5
We zijn alweer bij kern 5 van Veilig leren lezen aanbeland! Tot en met kern 4 hebben de kinderen al 24 letters geleerd. Nog maar 10 letters te gaan! En de kinderen die met zon-materialen werken, leren woorden lezen waarin steeds meer ‘moeilijkheden’ worden gecombineerd!

Thema kern 5: Mag dat wel?
De hoofdrol in het verhaal van deze kern, ‘Dan ken jij Krisje Kolen niet!’, is voor Krisje Kolen. Krisje Kolen houdt ervan als alles keurig netjes is; er staat zelfs geen grassprietje verkeerd op zijn gazon. Dat probeert hij ook zo te houden met allerlei borden waarop staat wat allemaal niet mag rond zijn huis. Dit verhaal is een aanleiding om te praten over regels. Wat mag wel, wat mag niet, wat gebeurt er als je je niet aan de regels houdt? Woorden als ‘de boef’, ‘de boete’, ‘de regel’ en ‘het uniform’ komen hierbij aan bod.

Letters en woorden lezen in kern 5
De nieuwe letters in kern 5 zijn: eu, ie, l, ou en uu. Voor sommige kinderen zijn de ‘eu’, ‘ie’ en ‘ou’ best lastig. We besteden daarom veel aandacht aan die letters en herhalen ze iedere dag.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw’, zoals: duw, duwt;
 tweelettergrepige woorden, zoals: strandbal, braadworst;
 tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: schroefje, strikje;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘aai’, ‘ooi’ of ‘oei’, zoals: haai, kooi, roei;
 tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘e’, zoals: korte, aarde;
 tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ of ‘el’, zoals: honden, tijger, mantel;
 tweelettergrepige woorden met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken, bakker.
 


Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 4
Thema kern 4: Waar woon jij?

Dirk en Dora, de hoofdpersonen van het verhaal ‘Lollig’, wonen in een flat die per ongeluk op zijn kop wordt gezet. Zij vinden dat wel lollig, maar de andere bewoners niet... Dit thema geeft aanleiding voor gesprekken en activiteiten rondom verschillende soorten huizen, onderdelen van huizen, wat staat er in de verschillende kamers, enzovoorts.

Letters en woorden lezen in kern 4
De nieuwe letters in kern 4 zijn: w, o, a, u, j. In de vorige kern hebben de kinderen al de gelegenheid gekregen om naast woorden zoals ‘doek’ en ‘ijs’ ook eens woorden zoals ‘spaar’ en ‘vrij’ te lezen. Het is geen probleem als uw kind dat nog moeilijk vindt. Deze woordjes horen nu nog niet bij de basisstof. Wel kan uw kind nu al ‘stam + t’ lezen zoals ‘vaart’ en ‘rent’, maar nog niet ‘rijdt’ of ‘wordt’.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
 eenlettergrepige woorden die beginnen met ‘schr’, zoals: schram, schroef;
 tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: mandje, kraampje, stoeltje;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘dt’ of ‘bt’, zoals: vindt, krabt;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
 eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘a’, ‘o’ of ‘u’, zoals: sla, vlo, nu;
 eenlettergrepige woorden die eindigen met een cluster van drie medeklinkers zoals: worst, markt;
 eenlettergrepige woorden die beginnen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: strik, spleet;
 tweelettergrepige woorden zoals: zwembroek, schatkaart.

Samen lezen stimuleert!
Prentenboeken worden veel voorgelezen in de kleutergroepen. Maar ook in groep 3 zijn ze nog prima te gebruiken! Kinderen smullen vaak voor de tiende keer nog van een verhaal. Nu uw kind al heel wat letters kent, kunt u het zo nu en dan een woord of een stukje van de tekst laten lezen. Soms herinnert een kind zich de tekst nog en herkent het zelfs een lang woord al aan een aantal letters. Een leuke en stimulerende ervaring!
 


Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 3
Thema kern 3: Hoe voel jij je?

Dit keer vertelt opa aan Kim het verhaal over een keizer die voor elk pijntje of vlekje een dokter laat komen; hij heeft dan ook duizend dokters. Het thema van deze kern is: ‘Hoe voel jij je?’ en gaat over ziek zijn en weer beter worden. In deze kern leren kinderen onder andere de betekenis van woorden rond ziek zijn, je lijf en gevoelens.

Letters en woorden lezen in kern 3
De nieuwe letters in kern 3 zijn: d, oe, z, ij, h. In de brief bij kern 2 stond dat kinderen de d soms met de b verwisselen en dat we daarvoor een gebaar hebben aangeleerd (eerst het been (stokje) dan de bal (rondje). Bij de d zit het bolletje aan de andere kant. Hiervoor leren we geen apart gebaar aan.
De kinderen oefenen het lezen en maken van woordjes die bestaan uit één lettergreep met die letters die ze kennen, zoals kaas, eet en nee. Het kunnen lezen en maken van woorden als spaak en kaart zijn nog geen doel, maar de kinderen krijgen wel de gelegenheid om aan deze woorden te ‘snuffelen’ en te proberen of ze deze woorden kunnen lezen en maken.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:
  • eenlettergrepige woorden die beginnen met ‘sch’, zoals: schoen, schuilt;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ng’: ring, slang;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘nk’: bank, klank;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘d’: koud, hard;
  • eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘b’: web, krab;
  • eenlettergrepige woorden met een lettercluster vooraan én achteraan: dwerg, klant, blond.
Toetsen na kern 3
Na kern 3 vindt een belangrijk toetsmoment plaats. We toetsen, zoals ook na kern 1 en 2, de kennis van de letters die uw kind heeft geleerd. Deze keer toetsen we ook de kennis van de letters die nog niet zijn aangeboden, maar die uw kind misschien toch al kent. Dit doen we zodat het computerprogramma die extra letters ook kan aanbieden in keuzeoefeningen. Daarnaast toetsen we zoals gewoonlijk hoe goed en vlot uw kind al woordjes kan lezen. Deze keer observeren we voor het eerst ook het leesgedrag bij het lezen van een korte tekst. Ook nemen we een spellingtoets af en een letterdictee (fonemendictee).

Beloon het oefenen
Reageer altijd positief op het voorlezen van uw kind, ook wanneer niet alle woordjes vlot of goed zijn gelezen. Geef aan dat u ziet dat uw kind zijn best doet en probeer fouten door uw kind zelf te laten corrigeren. Prijs uw kind ook als het een fout goed corrigeert.
 


Groep 3 | Veilig Leren Lezen, kern 2

Komende week beginnen we aan kern 2 van Veilig leren lezen. De leerlingen hebben inmiddels de letters i, k, m, s, p, aa, r, e, v geleerd en daarmee woordjes leren lezen en spellen. Met elke nieuwe letter die de kinderen leren, wordt hun wereld weer een stukje groter: ze kunnen meer boeken lezen en meer woorden maken. Ondertussen breiden ze ook hun woordenschat en kennis van de wereld uit.

Thema kern 2: Dag en nacht In deze kern vertelt opa het verhaal van Michiel en zijn moeder. De moeder van Michiel wacht ongeduldig op de nacht, die maar niet wil komen. Het thema van deze kern is: ‘Dag en nacht’. Allerhande zaken die te maken hebben met de dag, de nacht en tijd komen aan bod. De woordenschat wordt uitgebreid met begrippen als de datum, eergisteren, de kalender, ondertussen, het weekend, enzovoorts. Letters en woorden lezen in kern 2 In kern 2 leren de kinderen de volgende vijf letters: n, t, ee, b, oo. Sommige kinderen verwarren de b met de d (de d wordt in kern 3 geleerd). De kinderen leren daarom nu al als geheugensteuntje dat de b eruitziet als een been dat tegen een bal schopt. Eerst komt het been, dan de bal. Ze kunnen hierbij het gebaar maken van een gestrekte linkerhand (het been/het stokje van de b) en hun rechterhand er als rondje tegenaan houden (de bal/het rondje van de b).

Kinderen die werken met zon-materialen, oefenen het lezen van:
  • eenvoudige samengestelde woorden, zoals zakdoek;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
  • eenvoudige verkleinwoorden, zoals visje, boompje en tuintje.

Tips
Misschien wil uw kind zelf woorden typen op computer of tablet. Bij een tablet kunt u kiezen tussen hoofdletters en kleine letters. Uw kind leert nu alleen de kleine letters; kies dus het invoerscherm met de kleine letters. Op het toetsenbord van een laptop of desktop staan echter alleen hoofdletters. Hebt u geen tablet, plak dan eventueel gekleurde stickertjes, waarop de kleine letters staan, op de toetsen. Leer uw kind wel dat het voor de letter ‘aa’ twee keer de a-toets moet intikken.
 




| t | f | y | obs De Roedel | Edeseweg 216 | 6732 DC | Harskamp | e:l.vellinga@proominent.nl